Voedingssector vecht tegen vooroordelen
Met 90.000 werknemers is de voedselindustrie de derde grootste industriële sector in ons land. Toch blijken vooroordelen — ten onrechte —vaak een grote drempel om te kiezen voor een job in de voeding.
“We merken dat wie in de voedingsindustrie aan de slag gaat, niet snel weer vertrekt”, weerlegt directeur sociale zaken Manou Doutrepont van de voedselfederatie Fevia meteen al het cliché van de minder goede werkomstandigheden.
“Het is traditioneel een omgeving waarin veel flexibiliteit wordt gevraagd, maar dat weet je als je hier komt werken. Je zult bijvoorbeeld meer bier moeten brouwen bij warm weer, of een tandje moeten bijsteken als de pralines worden geproduceerd voor de eindejaarsfeesten. Toch komt ploegenarbeid bij ons niet vaker voor dan in andere sectoren.”
Aantrekkelijke voordelen
Eigenlijk is het moeilijk om een algemeen beeld te schetsen van de voedingssector, omdat die uit zoveel verschillende actoren en uiteenlopende jobs bestaat.
“De voedingsindustrie begint waar de landbouw eindigt, en eindigt waar de horeca begint”, schetst Doutrepont de reikwijdte. “Veel werknemers zien een meerwaarde in het werken aan iets dat heel materieel is, omdat ze zich kunnen identificeren met het product. Er is een enorme waaier van jobs, niet alleen voor hoog- maar ook voor laaggeschoolden. Bovendien hebben we op sectoraal vlak erg aantrekkelijke extralegale voordelen uitgebouwd: een aanvullend pensioen, de carensdag, hogere opzegtermijnen, en vergoedingen voor langdurige ziekte en economische werkloosheid.”
Ook carrière voor laaggeschoolden
Laaggekwalificeerde jobs houden vaak monotoon handmatig werk in, maar daar valt weinig aan te doen. “Bedrijven proberen wel de competenties van mensen op de lagere niveaus te detecteren, zodat je binnen het bedrijf gemakkelijker kunt opklimmen naar hogere functies”, zegt Manou Doutrepont. “Zeventien procent van de Vlaamse jongeren verlaat het secundair onderwijs zonder diploma. Bij ons kunnen ze toch nog een mooie carrière hebben.”
“Vroeger was een veelgehoorde klacht dat voedselbedrijven te weinig leermogelijkheden boden. Intussen krijgt per jaar gemiddeld één op de twee werknemers een korte, intensieve opleiding, bijvoorbeeld over voedselveiligheid en veiligheid op het werk.”
Dominique Vanhove
Jobspotter



